ONZE SPORT

De schietsport is één van de oudste sporten die er bestaan, het is ook de sport die al vanaf 1896 op de Olympische Spelen aanwezig is. De schietsport bestaat eigenlijk al zolang dat er wapens zijn, een hele oude sport dus. Maar dat oude is er ondertussen al helemaal vanaf, de schietsport is namelijk gemoderniseerd. Van het stoffige imago dat het jaren geleden had, is niets meer terug te zien.
Tegenwoordig zijn de schutters echte atleten geworden, die alle aspecten van de schietsport moeten beheersen om mee te doen met de wereldtop. De mentale, fysieke en technische onderdelen worden dagelijks getraind om als schutter steeds beter te worden en jezelf te verbeteren.
Binnen de schietsport vind je veel verschillende disciplines die Olympisch zijn. Team Smeets beoefent de discipline luchtgeweer schieten.

Luchtgeweer

Luchtgeweer schieten wordt gedaan over een afstand van 10 meter met een doel dat zo klein als een penpuntje is. Je schiet met kogeltjes van 4,5 mm, deze zijn gemaakt van lood. Wanneer je met een schot dit puntje raakt, heb je een 10 geschoten. Hoe mooier je de 10 raakt, des te meer decimalen je erbij krijgt. Als je het puntje net hebt geraakt, heb je een 10,0. Als het schot perfect in het midden zit, heb je een 10,9 geschoten, zo werkt het met alle punten die op het doel te halen zijn. Luchtgeweer wordt altijd indoor geschoten. Het luchtgeweer moet aan allerlei regels voldoen om zo te zorgen dat de veiligheid gewaarborgd wordt, maar ook om een gelijkwaardige competitie te kunnen hebben. Zo kun je geen voordelen hebben, maar je mag natuurlijk wel met je eigen ‘merk’ schieten. Je kunt het een beetje vergelijken met automerken: niet alle auto’s zien er hetzelfde uit, maar rijden kunnen ze wel allemaal.

Hoe ziet een luchtgeweer wedstrijd eruit?
Een wedstrijd voor de dames bestaat uit 40 schoten. Dat betekent dat iedere schutter 40 keer op het doel mag schieten en deze 40 punten worden dan bij elkaar opgeteld en dat is de eindscore. Voordat de wedstrijd begint, mag je altijd 15 minuten ‘proef schieten’. Zo kun je aan de baan en de omgeving wennen en in de optimale vorm aan de wedstrijd beginnen. Daarna heb je 50 minuten om deze 40 schoten te doen. De heren moeten 60 schoten doen en daar hebben ze 75 minuten de tijd voor. Na de wedstrijd mogen de beste acht schutters door naar de finale. In de finale wordt door middel van een afvalrace bepaald wie de winnaar is. Kijk hier naar de finale van Manon tijdens de ISSF Junior Cup. Tegenwoordig worden internationale wedstrijden geschoten op een elektronisch registratiesysteem. Dat wil zeggen dat je niet bij ieder schot een nieuw doel hoeft op te hangen, maar dat dit nu via de computer gaat. Je hebt als schutter een beeldscherm met het doel erop dichtbij je staan en wanneer je een schot hebt gedaan, wordt dit meteen weergegeven op het beeldscherm. Doordat dit allemaal via de computer gaat, is het voor het publiek een stuk leuker geworden om naar te kijken. Zij kunnen namelijk meteen zien wie er bovenaan staat op dat moment.